Ideeën vinden of verbeteren

Nieuw of beter business idee?!

De eerste dagen van de minor ben je op zoek naar de juiste combinatie van idee en team. Op deze pagina vind je het Idee Canvas, inspiratie en brainstormtechnieken.

Heel veel ideeën, heel veel Idee Canvassen

Bij de start van de minor Ondernemerschap zien we graag zoveel mogelijk ideeën; hoe meer, hoe beter! Het inspireert jou en de hele groep om na te denken over mogelijkheden en kansen. Voor prille én concrete ideeën werken wij met het Idee Canvas.

Deel de Idee Canvassen alvast vóór de start van de minor. Bijvoorbeeld via de app. Al voor de StartUp Factory ga je hiermee aan de slag. Ook tijdens de eerste dagen van de StartUp Factory werk je hiermee. Sterker nog, tegen die tijd heb je allang wat canvassen gedeeld op Miro.

Vertrouwen
Natuurlijk moeten we iedereen binnen de minor kunnen vertrouwen. Stelregel is dan ook: je pikt andermans ideeën niet! Wanneer je iets in een idee ziet, overleg dan altijd met de idee-eigenaar en kijk hoe je het samen nog beter kan maken. Mede daarom is het vastleggen en uitwisselen van contactgegevens, zoals met een mobiel telefoonnummer erg belangrijk.

Download hier het Idee Canvas

Ideecanvas uitgelegd

Idee
Beschrijf hier je idee of richting. Concreet of misschien nog vaag.
Voorbeelden ‘concreet’:
a. Uitklapbare achteruitkijkspiegels voor bejaarde of minder mobiele fietsers die verkocht worden via Bol.com en via fietswinkels.
b. Luxe vega-sorbetijs in vier smaken voor elke lekkerbek met bezorgservice in de stad.
Voorbeeld ‘vaag’:
c. Iets met beweging voor (eenzame?) ouderen.
d. Iets met vega.


Doelgroep
Probeer een zo specifiek mogelijke omschrijving van je doelgroep te geven.
Bijvoorbeeld (in lijn met Ideeën hierboven):
a. Bejaarden of gehandicapten, die willen fietsen en die zich lastig bewegen of die zich onveilig voelen.
b. Stedelijke lekkerbekken, die van ijs houden en niet op elke cent letten.
c. Ouderen die willen bewegen. (nog niet duidelijk wie/ wat/ waarom precies)
d. Vega’s, vegetariërs, bewuste eters en/of lekkerbekken. 
(nog niet duidelijk wie/ wat/ waarom precies)

Dit wil de klant voor elkaar krijgen
Bijvoorbeeld:
a. Gemakkelijk of veilig mobiel zijn en/of naar buiten kunnen en/of uit isolement komen.
b. Genot en/of traktatie en/of verantwoord eten.
c. Meer beweging en/of meer naar buiten en/of meer gezondheid en/of uit isolement komen.
d. Verantwoord eten en/of gezonder eten en/of genieten.

Dit heb ik nog nodig
Bijvoorbeeld
a. Personen uit de doelgroepen en/of mensen met ervaring met de doelgroepen en/of iemand met verstand van product-design of -ontwikkeling.
b. Recepten en/of professionele ijsmaker en/of contact met Marqt.
c. Personen uit de doelgroepen en/of mensen met ervaring met de doelgroepen en/of teamgenoot van de ALO.
d. Iemand met verstand van vega en/of teamgenoten met een passie voor voeding.

Reacties
Hier kunnen anderen reageren op wat je nog nodig hebt en feedback op je idee geven.

Naam, telefoon, e-mail
Schrijf hier je gegevens, zodat mensen snel contact met je kunnen opnemen (dus voordat de StartUp Factory begint).

Op zoek naar een idee of inspiratie?

Sommigen hebben bij de start al één of meer concrete ideeën, anderen hebben een denkrichting: iets met eenzame ouderen, iets met sport of iets met een bepaald land. Als je nog geen idee hebt, denk dan vanuit je eigen belevingswereld en interesses en vanuit de werelden van de mensen om je heen. Wat speelt daar? Welke problemen, behoeften en wensen bestaan daar? Zijn er bestaande producten en diensten die daarop aansluiten? Kan dat beter? Of anders?

Loop er maar eens langs: studie, werk, dagelijkse beslommeringen, hobby, sport, thuis, familie, vrienden etc. Wat speelt daar allemaal? Probeer daarbij door te denken: Bijv. vanuit familie, kom je bij oma die graag beweegt. Zo kom je misschien op de volgende ideeën: personal coach (in real life of online), een trainingsapparaat, hulpaccessoires voor een rollator, groepswandelingen, voedingssupplementen, speciale kleding, massage, fietshandel etc. etc. Anything goes!

Ook kun je natuurlijk vanuit bepaalde trends denken: bijv. ambachtelijkheid, regionale producten, platform-economie, vegan, vegetarisch, personal health, digitalisering, inclusie, duurzaamheid etc. etc.

Kickstart jouw ideeën-motor met de onderstaande inspiratie

Je kunt ook eens rondkijken op onderstaande links. Niet dat al deze ideeën top zijn, maar het kan werken ter inspiratie:

Probeer een idee te vinden waar je achter staat: je hebt er zelf iets mee; d.w.z. je zou je eigen klant kunnen zijn of je kunt je goed verplaatsen in de doelgroep. Dus als je niks met honden hebt, start je geen hondenuitlaatservice!

Als een idee hebt, dan is het een valkuil om het gelijk vast te zetten: dit is het, zo gaan we het doen. 98% van nieuwe producten en diensten zijn vóór lancering flink veranderd. Probeer dus zo breed mogelijk te denken: Wat als het product of de dienst anders maken? Of op een andere manier aan de klant leveren? Wat als we ons (ook) op andere klantgroepen richten? Kan een B2C product ook B2B zijn? Of andersom? Wat als we kunnen samenwerken met … ?  etc.

Dus als je een idee hebt, praat dan met zoveel mogelijk mensen erover, niet alleen met gelijkgestemden maar juist ook met kritische types. Zoek potentiële klanten op, check concurrenten en mensen die jouw markt kennen. Onderzoek alle (on)mogelijkheden. Lees ook eens: Spar met een eikel https://www.ikgastarten.nl/bedrijf-starten/spar-met-een-eikel

En als je praat met anderen, vraag dan niet onmiddellijk: wat vind je van mijn business-idee? Mensen zeggen dan te snel: Goed. Leuk. Top. Probeer altijd eerst duidelijk te krijgen welke problemen, behoeften en wensen er aan de klantkant bestaan. Vraag: In welke situaties speelt dat? Hoe ga je ermee om? Of hoe zou je ermee om willen gaan?

Een goed idee, en dan?
Een goed idee is een goed begin, maar dan is er nog een lange weg te gaan naar een goede business: Zijn er wel klanten die dit echt willen?  Hoe gaat product of dienst er precies uitzien? Hoe wordt het gerealiseerd? Hebben we de juiste expertise? Is het betaalbaar? Wat is ons verdienmodel? Hoe krijgen we bekendheid? Met wie moeten of willen we samenwerken?

Een goed business idee, hoeft niet per se ook een goed idee voor de minor Ondernemerschap te zijn. Soms is de ontwikkeltijd te lang. Soms zijn er te hoge investeringen nodig. Soms staat regelgeving in weg of is er een te grote afhankelijkheid van andere partijen.

De start van een nieuw bedrijf of product is altijd: losgaan op ideeën, ideeën en nog eens ideeën, delen met mensen, verwerken van feedback. Onderzoek de (on)mogelijkheden. En wees nooit bang ideeën los te laten en weer op zoek te gaan naar iets anders. Dat hoort bij het ondernemersproces!

Brainstormtechnieken

Een brainstorm ga je altijd helemaal open in. Intuïtief, associatief, onbegrensd, positief, out of the box: zonder enige beperkingen ofwel helemaal vrij nieuwe ideeën bedenken. Oordeel niet! Meeliften op ideeën mag altijd.

Brainstormen gebeurt vaak in groepen. Toch kunnen de technieken ook prima van pas komen wanneer je in je eentje of met z’n tweeën werkt. Probeer het maar eens.

1.  Ideeën uit ideeën
(Bedenken en uitwerken van ideeën)
Als er een lijst met ideeën en/of onderwerpen ligt, dan maak je daaruit een keuze van bijv. 5. Vanuit die 5 ideeën bedenk je per idee minimaal 2 nieuwe ideeën. Dat kunnen aanvullingen of wijzigingen zijn, maar liefst ook compleet andere ideeën.

2. VCA – Verbeter Combineer Ander  doel
     (Bedenken en uitwerken van ideeën)
Uitgaand van een idee, product of dienst, stel je één van deze vragen:
V: Hoe kan het worden Verbeterd?
C: Kan het met iets anders worden geCombineerd?
A: Kan het (ook) voor een Ander doel worden gebruikt? Denk hierbij aan allerlei facetten van het idee, het product of de dienst. Bijvoorbeeld maat, vorm, uiterlijk, doelgroep, materiaal, samenstelling, uitvoering, werking, functie etc. Zo kom je op verbeterde of nieuwe ideeën.

3. Nieuwe Onderwerpen nodig?
      (Bedenken nieuwe ideeën)
Als je op een gegeven moment echt niet meer weet hoe je op nieuwe ideeën komt, dan kan deze oefening zeker helpen. Lees het eerst goed door!

Ga met een groepje bij elkaar zitten en schrijf achter elke categorie (lijstje hieronder) minimaal drie woorden, ideeën of onderwerpen. Ieder voor zich en zonder te spreken. Dus in stilte!!!

Het maakt helemaal niet uit of die woorden direct of indirect met de categorie te maken hebben. Fantaseer, associeer, denk er maar vrij op los. Geen enkel woord, idee of onderwerp is fout. (Link met (minor) onderneming hoeft nog niet gelegd.)  Denk daarbij ook (!) eens aan: Wat wil je? Wat weet je? Wat kun je? Wie ken je?

Categorie 11 mag je zelf of samen benoemen. Neem ca. 1 minuut per categorie; dus binnen een kwartier wordt er gestopt.  Bij drie personen liggen er 90 tot 100 woorden/ onderwerpen op tafel.

Vervolgens wordt per categorie genoemd wat er is opgeschreven. Dus eerst alle woorden bij 1. Sociale leven. Je mag heel kort toelichten wat je bedoelt. Houdt het heel kort!  Nog geen discussies! Waar denken anderen bij jouw woord/ onderwerp? Probeer het kort te houden en ga snel door naar de volgende categorie.

Pas als er minimaal drie onderwerpen of ideeën zijn langs gekomen waarbij meerdere deelnemers denken “hé, daar zit misschien iets voor de minor!” stop je met het noemen van nieuwe woorden en kun je er iets dieper op brainstormen.
(Bij de bespreking hoef je dus niet per se door te gaan tot en met 11; je kunt de rest ook later weer oppakken.)

  1. Sociale leven
  2. Hobby
  3. Vervoer
  4. Omgeving
  5. Media
  6. Interesse
  7. Werk
  8. Leren/ ontwikkelen
  9. Kopen
  10. Ouderwets/ Modern

4. Klantervaring in kaart
     (Bedenken en uitwerken van ideeën)
Deelnemers gebruiken het formulier Klantervaringen in kaart. Met deze methode breng je een proces in kaart waarin een klant iets probeert voor elkaar te krijgen. Het kan een proces zijn waarin een deelnemer al een oplossing heeft bedacht, of een proces waarin een probleem wordt vermoed. Deelnemers zetten alle stappen die een klant in een proces zet stuk voor stuk op een Post It. Vervolgens plakken ze de Post Its in chronologische volgorde. Daarna geven ze aan of (ze denken dat) de klant daar een positieve of een negatieve ervaring heeft. Voor de negatieve ervaringen kan dan een oplossing gezocht worden.

5. Onderdelen van het Proces
      (Bedenken en uitwerken van ideeën)
Voorbeeld: Avondeten verzorgen. Bedenken wat je gaat eten > Checken welke ingrediënten je al hebt > Lijstje maken > Boodschappen doen > Terug naar huis met volle tassen > Eten klaar maken > Tafel dekken > Eten opdienen > Eten op eten >
Bedenken wat je gaat eten: Negatief: steeds weer iets nieuws bedenken Positief: Leuk om iets speciaals te maken.

Afhankelijk van de doelgroep en het proces is dit lijstje met nog veel meer onderdelen uit te breiden. Voor ieder punt kun je een klantervaring verzinnen.

6. Laat een ander het oplossen
     (Bedenken en uitwerken van ideeën)
Met deze methode kijk je met heel andere ogen naar een probleem en kun je tot verrassende oplossingen komen. Vooral bij problemen waar eerdere voor de hand liggende oplossingen niet bleken te werken. Het draait om de vraag “Hoe kan [X] er voor zorgen dat [het probleem] verdwijnt/minder wordt/stopt?” Waarbij X een onderdeel van het probleem is. [Probleem] kun je vervangen door [gewenste situatie], waar bij de woorden daarna natuurlijk ook veranderen.

Uitgangspunt is een probleem. Deelnemers zetten dat op een Post It in het midden van het formulier. Vervolgens inventariseren ze wie en wat er allemaal bij dat probleem betrokken is en zetten dat op aparte Post Its rond de probleem-Post It.

Probleem: winkeldiefstal
Betrokkenen: het artikel, de winkelier, de winkel, de kast, de dief, andere artikelen, klanten

Na deze inventarisatie stellen deelnemers de vraag “Hoe kan [X] er voor zorgen dat winkeldiefstal verdwijnt?” Bij [X] vullen ze een van de betrokkenen in.

Hoe kan [HET ARTIKEL] er voor zorgen dat winkeldiefstal verdwijnt?
Hoe kan de [DE DIEF] er voor zorgen dat winkeldiefstal verdwijnt?
Hoe kunnen [KLANTEN] er voor zorgen dat winkeldiefstal verdwijnt?
Over deze vragen gaan deelnemers vervolgens brainstormen.

7. Future Jump
     (Bedenken en uitwerken van ideeën)
Je trekt een trend door naar de toekomst en bedenkt zo een nieuw product of een nieuwe dienst. Zo kun je ook een idee uitwerken. Twee trends als voorbeeld:
Trend 1 – Sober, eenvoudig, simpel. Kleinschaligheid, regionalisering, local heroes, minder materialisme, geluk als streven, delen, dichter bij huis leven en werken, familiegevoel, samen leven, samen werken.
Trend 2 – Bewust, duurzaam, authentiek, echt. Maatschappelijk verantwoord ondernemen, groen, gezond eten en leven. Cradle to cradle, hergebruik, repairing, meer skype, minder de auto.

8.   4 – 3 – 3
       (Bedenken en uitwerken van ideeën)
4 deelnemers (meer of minder kan ook)
3 ideeën
3  minuten per ronde

Ronde 1: Iedere deelnemer noteert 3 ideeën naast elkaar. Alles kan: concrete productideeën, grote concepten, denkrichtingen, kleine details.
Ronde 2: Blaadje gaat met de klok mee. Deelnemer vult aan of associeert en schrijft drie ideeën, ideetjes, denkrichtingen onder de drie ideeën van de andere deelnemer. Niks is fout, alles kan! Je mag ook een idee noteren dat helemaal anders; zolang er maar drie dingen worden genoteerd.
Ronde 3 en 4:  zelfde als ronde 2.

Dit alles gebeurt in stilte!  Na de laatste ronde heeft de deelnemer het eigen blaadje weer voor zich. Praten kan weer als de formulieren een hele ronde hebben afgelegd.

9.  Peper en zout (Uitwerken idee)
Uitgaande van je oorspronkelijke idee, ga je met het groepje (nog) eens langs alle ideeën op Miro.
Laat je door andere ideeën of onderdelen daarvan stimuleren om jouw idee ter verbeteren of completer te maken.

10. Analogieën (Uitwerken idee)
Stel je oorspronkelijke idee centraal. Waaraan doet dat idee je denken als een vergelijking maakt met: een dier, een plant, een (bekend) persoon, een land, een sport, een supermarktartikel, een vervoersmiddel, een mediavorm, een muzieksoort, een kleur? Schrijf de woorden of namen op die naar boven komen. Maak vanuit één of meer van deze analogieën een Mindmap, waarmee je idee wordt verbeterd of gecompleteerd.

11. Montwikkelen (Uitwerken idee)
Maak minpunten tot verbeterpunten. Bedenk zoveel Min- en Pluspunten bij het idee. Probeer de minpunten om te buigen naar pluspunten. Hierdoor kan het productidee als geheel sterker worden.

12. Triggeren (Uitwerken idee)
Als groepje of als individu leg je een idee of probleem voor aan één of meer mensen buiten je groep (eventueel aan een ander groepje). De toehoorders laten hun gedachten de vrije loop gaan en proberen door de kenmerken van de gepresenteerde ideeën of problemen getriggerd te worden. Deze triggers noteren de deelnemers ieder voor zich. Het triggeren hoeft niet altijd logisch te zijn. Het noteren van de triggers en de daaropvolgende associaties op een apart blad, kunnen je inspireren om tot nieuwe (uitwerkings) ideeën te komen.

13. Detective (Uitwerken idee)
Doe deze oefening in paren (detective en ondervraagde); evt. met mensen buiten je groepje. Je bekijkt het idee vanuit een andere gezichtspunt door je in de rol van een ander te verplaatsen. Doe je eerst voor als jezelf (de ondernemer die het idee exploiteert) en daarna als bijv. Concurrent, Klant/ doelgroep, Leverancier, Cabaretier of Vriend. Vertel eerst over je idee en laat de detective dan vragen stellen. Elke vraag start met: Wat, Waar, Welke, Wie, Wanneer, Waarom, Waarom niet, Hoe of Wat als. De detective noteert alle opvallende dingen uit de gesprekken. Draai de rollen ook om (ook als het niet jouw idee is). Zet de notities van de detective om in bruikbare verbeteringen van het idee/ concept.

Voor nog meer brainstormtechnieken kijk bijv. eens op: fridayoutofthebox

Schiet een mede-ondernemer of coach aan voor hulp. Ben je enthousiast over andere brainstorm technieken of aanvullingen? Laat het ons svp weten. Tot slot is ondernemen vooral doen; nu zoek je een kansrijk idee om in deze minor Ondernemerschap verder te verkennen en uit te bouwen tot een succesvolle onderneming.

Veel plezier en succes toegewenst! Go for it!

🚀
🚀
🚀

Terug naar Startup Factory (SUF)